GEDICHTEN
Op de wolkenberg
Op de wolkenberg
speelt de steenoude kapel
met alle winden
kinderen genoeg
om Elisabeth van hout
heilig te dragen
vreemde streken geel
voor mijn palet, nieuw uitzicht
golvende zaadzee
de jonge vosjes
spelen zomer in de zon
voor jager's vizier.
Alleen de dromer heeft mij nog nooit verraden
Zij die mij haten heb ik vergeven
alleen de dromer heeft mij nooit verraden
die zomer ben ik bij jou gebleven
slenteren over ongepeinsde paden
leer mij reizen in vandaag, zonder bezwaar
en zonder plan dat mij vermoeit
wil ik slapen waar elk jaar
de pruimelaar zorgeloos bloeit
de avondhemel wordt versneden
door een hemels silhouet
van een heuvelrug die rust in vrede
tegen gedoodverfd violet.
Hoop is een dame
Wanhoop vliegt aan, onverwacht
als de wind, onredelijk gelijk
de bewegingen in de slaap, ik speelde
een oude man, mank en blind, een onbekende
die me wast, me knappe kleren past
voor onder de zoden, hoop is een dame
die haar schoonheid verbergt in een pelsjas.
Het paradijs is hiernaast
Meneer, is hier het paradijs?
nee, dat is hiernaast
volg het vandaag gemaakte spoor
ik zal je het geheim van de tuin vertellen
het kind komt altijd eerst
nog onnozel over de toekomst
maar het kan over iedere horizon kijken
de grijsaard is zijn grootvader
is hij ook zelf
over meer dan een halve eeuw
voelt u die zachte bries?
dat is het nieuwe idee,
het kan ook de liefde zijn
ik zal het tuinhek voor je openlaten.
Het onhoudbare blauw
Meeuwen scheuren winkelhaken in het doek
het westen kan het blauw niet houden
geen maan meer die de zon weerkaatst
haal de olielamp van binnen
dan dinken we het rood leeg.
Dichters krijgen woorden
Dichters krijgen woorden
door het leven zelf aangereikt
eens worden ze bezeten
door hun lezers
die ze zullen vergeten
en toch
de dichters verlichten mijn nachten
de zielzanger en de droomdanser
hebben de zin van het leven afgeschreven
met hun hoofd in het verleden
en het hart in de toekomst
licht wordt geduld
geduld wordt licht.
Gedichten gemaakt uit liefde en wijn
Leg gedichten geduldig aan het oor
als een schelp, duik dieper
dan Basho en Pessoa, opgewonden speurend
naar die nutteloze schittering
gemaakt uit liefde en wijn
martel gedichten
tot ze hun bloedgeheimen opgeven
over hun eeuwige minnaressen
Eros, Thanatos en Metafoor
elke dag komen onschuldige woorden ter wereld
de oude goden slapen nog in ons
hun mythen ontwaken in mijn gedichten
ik beloof de dode woorden te balsemen.
Vogelverzameling
Kom er voor de dag mee
als zelfs de vogels nog slapen
al wat gevederd is
zweert samen
ze verzamelen zich
op goede gronden
voor de Chinees
is een dier een ding
dat beweegt, slechts gezang
ontsnapt nog aan de zwaartekracht.
Alleen in deze wereld
Alleen in deze wereld zijn we sterfelijk
in onze slaap lenen we de dood
op erewoord retour als de kraaien zwijgen
en de zwanen zingen, je naam komt los van je lijf
waar eens land was, is nu lucht
waar eens zee was, is nu land
in ons slapen nog oude goden in nutteloze schittering
wakker worden met beelden die nog geen geluid verdragen
wakker worden in een wolf.
Winterliefdes
Winterliefdes weten van geen kleur
dan wit, het dorp bevlokt
licht breekt door de wolken
laten we samen gaan
langs de zoekgemaakte paden
eerste sneeuw kan de laatste zijn
zoals deze koude kus.
Verdwijnpunt
Zie de zon gehuld in gouden glorie
hoe zij op de einder prijkt
is eigenlijk reeds minuten onder
voor haar gloed ons oog bereikt
nog verder terugzien in de tijd
gevangen in de vlugste vaart
van het licht dat ons zeker leidt
naar de oorsprong van onze aard
als zelfs de schoonste schijn
de eerste ster voorbij is,
worden vergezichten in ons zijn
tot gezichten in de duisternis
tot punten naar de toekomst uitgelijnd
zoals ik als schilder doe
waar elk perspectief verdwijnt,
zich snijdt tot bloedens toe.
Morgen is een veemd land
Ik kus lichtjes
gebogen alle dromen
morgen is een vreemd land
voor altijd mijn dochter
hoe verleng ik de schoonheid
van jouw komst.
Eindtijd
Wij zijn de vaste grensgewonden
van al het pogen voorbij te raken
aan de eeuwigheid, te vermorzelen
wat voorbestemd lijkt
mensen raken uit de tijd
goden worden herboren
en de doodverklaarde zon
zal eindelijk een rode reus zijn,
de langverbeide
onzeker is de terugkeer
er wachten vrouwen en kinderen
wij kunnen getuigen, wat nooit was
heeft z'n kans verspeeld,
wat onopgemerkt blijft
mag men geloven.
Slaapverloren
De uitnodiging was wellicht een verspreking
in verbijstering reisde ik naar het punt op de einder
waar de rails elkaar snijden
opdat ik werd ontheven
van elke dag leven
in het zich herhalend landschap
hoeveel toekomst is al niet weggevallen?
werken wat je vader deed
gewoon sterven op een slagveld
ten minste was er nog een vlag
om achter te marcheren
de heuvels en de kasteelmuren dragen hier de lucht
nu mag ik lezen waar het boek slaapverloren openvalt,
de voetnoten zelf verzinnen
in een bescheiden bestaan van verijdeld geluk.
In het naakte woud
We bekeren onze handen
om te drinken uit de beek,
het is nog ver te zoeken
willige faunen, de getemde eenhoorn,
zonlicht vlekt het bos
een slechtvalk, opvliegend
met een knispergeluid als van duizend wimpers,
hoor hoe de boombladeren in de wind
betekenisloos lispelen
voordat we alle namen van de bloemen kennen
zullen ze doodgaan,
voordat we terloops dit perfecte leven verlaten
nu alles rustig is
in ongehuilde tranen en overgeschilderde kleuren,
wat is erger dan oud
u komt in de leeftijden die ik had
er zijn al geen banken meer
om te zitten met ijsco's,
een mens moet veel geluk hebben.
Het schrepele licht
We gaan langs wikken en wegen
en wachten het bevroren jaar,
het weerwoord is gesproken
haar stem is rood
en zwaar als zonde,
mogen zo mijn zangen zijn
geloof staat tot bijgeloof
als de slaap tot de bijslaap
wie houdt de nachtboeken bij
zie toch, het schrepele licht
rust uit op de bomen
in wonderbaar evenwicht.
|